Reïncarnatie

Ik was het kind van duizend moeders

En duizend dochters baarde ik

Ik was een zus van duizend broeders en

Iedere broer was ooit mijn zus.

Wellicht was ooit mijn zoon mijn vader

Mijn ergste vijand was mijn lief

En de oom van mijn geliefde opa

Was eens mijn nichtje, klein en lief.

Ik woonde bij de indianen

Waar ik rond de totem liep

En later was ik weer een neger

Die koppen snelde en buiten sliep.

Ik was een middeleeuwse heks

Zat aan de tafel bij een koning

En later was 'k een stoere zeebonk

Of hoorde bij een toverkring.

Ik kan mijn levens niet meer tellen

Op al de vingers van mijn hand

Maar één ding kan ik wel vertellen

Er is steeds wel een hecht verband.

En ooit komt aan die rij van levens

Een wonderlijk en lieflijk eind

Dan ga ik naar het land van liefde

Waar elke dag zonlicht schijnt.

Daar wandel ik dan met mijn liefste

Die eeuwenlang al bij me hoort

Wiens stem ik doorheen al mijn levens

Diep in mijn ziel steeds heb gehoord.